HUISHOUDELIJK REGLEMENT
van de Uitvaartvereniging “Appingedam”
Opgericht 1 januari 1973

Artikel 1.
Dit huishoudelijk reglement is bedoeld als aanvulling en voor zover nodig een nadere uitwerking van de artikelen der statuten vastgelegd d.d. 13-06-1979 door notaris F.Smith te Appingedam.

Artikel 2.
Indien het hoofd van een gezin als lid staat ingeschreven kunnen onderstaande personen aanspraak maken op de rechten welke het lidmaatschap geeft:
a) het ingeschreven lid
b) indien ingeschreven en hiervoor contributie wordt betaald, de partner van het ingeschreven lid.
c) indien voor de partner contributie wordt betaald of indien deze is overleden of duurzaam gescheiden van de partner leeft;
a) indien ingeschreven eigen en stiefkinderen die jonger zijn dan achttien jaar;
b) indien ingeschreven pleegkinderen die jonger zijn dan achttien jaar en grotendeels op kosten van het lid worden onderhouden.



Artikel 3.
Leden waar zich gezinswijzigingen voordoen of die gaan verhuizen dienen dit binnen een maand aan de administratie op te geven.


 

Artikel 4.
Personen die de leeftijd van achttien jaar bereiken in het lopend kalenderjaar worden automatisch zelf lid als hun ouders lid zijn bij onze vereniging en worden geacht zelf te betalen. In andere gevallen van personen die achttien jaar en ouder zijn, is een inleggeld verschuldigd. De hoogte van het inleggeld wordt door het bestuur vastgesteld. Omdat er geen gezondheidswaarborgen worden verlangd geldt het 1e jaar van lidmaatschap voor personen die een inleggeld verschuldigd zijn als een carenzjaar. Dit betekent dat indien deze leden in het 1e jaar van lidmaatschap overlijden, alleen het inleggeld wordt teruggegeven. Na dit 1e jaar gelden de volledige rechten uit het lidmaatschap.


Artikel 5.
Op voorstel van het bestuur wordt de contributie bepaald. Zij is invorderbaar bij de aanvang van elk kalenderjaar, doch kan, indien het bestuur dit gewenst voorkomt, ook in twee of meerdere keren per jaar worden ingevorderd. Bij elke betaling is een door het bestuur te bepalen bedrag verschuldigd voor incasso- en administratiekosten. Ze kan hier van afwijken door incasso- en administratiegelden voor rekening van de vereniging te nemen. Indien de contributie niet is voldaan binnen een redelijk gestelde termijn, schrijft de administratie het wanbetalend lid aan, met de mededeling dat achterstallige contributie alsnog binnen veertien dagen na ontvangst van de aanmaning aan de vereniging dient te worden betaald. Volgt hierop geen betaling dan wordt het lidmaatschap door het bestuur als vervallen verklaard, zonder hiervan verder kennis van te geven. Opzegging van het lidmaatschap kan doormiddel van een schriftelijke kennisgeving voor het einde van het kalenderjaar met een opzeggingstermijn van tenminste 1 maand.



Artikel 6.
Is de contributie niet toereikend en is de reserve uitgeput, dan kan het ontbrekende pondspondsgewijze op de leden worden verhaald en wel in verhouding met de contributie welke het afgelopen jaar werd betaald.



Artikel 7.
Ieder jaar treedt 1 lid van de kascommissie af volgens een door het bestuur opgemaakt rooster. Indien het bestuur geen kandidaat voorhanden heeft en er door de vergadering niemand wordt voorgedragen is het aftredend kascommissielid onmiddellijk herkiesbaar. Dit in afwijking van artikel 20 punt 3 der statuten.

 

 

Artikel 8.
Ieder lid is bevoegd schriftelijke voorstellen voor de algemene ledenvergadering in te dienen; Een maand voorafgaande aan de algemene ledenvergadering moeten deze voorstellen bij het bestuur zijn ingediend.



Artikel 9.
Het personeel bestaat uit:
a) een voorganger (contractueel)
b) zes dragers ( incl.2 reserve dragers)
c) administrateur

Het personeel wordt aangesteld door het bestuur. De benoeming geschiedt tot wederopzegging. Maximum leeftijdsgrens voor dragers is tot en met 75 jaar.
De bezoldiging en werkomschrijving van het personeel wordt bepaald door het bestuur. De kleding van de dragers wordt verstrekt door de vereniging.

Artikel 10.

Bij een voorkomend sterfgeval, waarmee de voorganger zo spoedig mogelijk in kennis moet worden gesteld, worden voor zover men dit verlangt, de volgende diensten bewezen:
a) Het doen van aangifte van het overlijden ter Gemeentesecretarie.
b) Het afleggen van de overledene.
c)
Het loon van de voorganger voor de dienstverlening zoals het vormgeven van de uitvaart, het maken van afspraken met externe partijen, het aanvragen van de grafrechten of de crematie, het opstellen en adviseren bij het opstellen van de rouwkaarten, de begeleiding van de uitvaart.
d)Het regelen van éénmalig vervoer van de overledene van plaats van overlijden naar plaats van opbaring tot de reisafstand van 60 kilometer, niet zijnde statie-vervoer op de dag van de uitvaart. Wanneer op de dag van de uitvaart vervoer nodig is van Crematorium Stilleweer naar begraafplaats Rusthof wordt dit bij uitzondering wel door de vereniging vergoed.
e) Het gebruik van een der rouwkamers in rouwcentrum "Fivelhof" of crematorium “Stilleweer” voor maximaal            6 dagen tegen het geldend basistarief.
f) Indien een overledene elders wordt opgebaard zal er niet meer worden vergoed dan het maximumbedrag wat er voor de rouwkamer van het crematorium moet worden betaald.
g) De vier dragers welke door de vereniging zijn aangesteld worden door de vereniging vergoed. Worden er op verzoek van de familie andere dragers aangezocht, dan zullen deze niet door de vereniging worden vergoed en zijn niet verzekerd tegen aansprakelijkheid. Bij een begrafenis uitgevoerd buiten de gemeente Appingedam, en bij gebruikmaking van de dragers van een aldaar gevestigde uitvaartvereniging, zal er niet meer uitgekeerd worden, dan de vergoeding welke onze eigen dragers ontvangen.
h) Vindt het opbaren van de overledene thuis plaats dan worden de benodigde rouwmaterialen en de koelinstallatie door de vereniging vergoed.
i) Niet vergoed wordt het overbrengen van de overledene vanuit het crematorium “Stilleweer” naar een kerk of verenigingsgebouw vooraf en na de samenkomst in deze.
j) Niet vergoed worden de kosten van huur aula en koffiekamer

k) Niet vergoed worden de toeslagen voor avonddiensten, weekenddiensten en toeslagen voor een uitvaart op zaterdag.​

l) De tegenwaarde van de hiervoor genoemde diensten is maximaal het bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld op de Algemene Ledenvergadering. Tijdens de Algemene Ledenvergadering 2019 is dit vastgesteld op € 500,00.

m) Deze tegenwaarde kan nooit hoger zijn dan de werkelijke kosten. 

​Artikel 11.

Leden die geen gebruik maken van de diensten van de vereniging komen in aanmerking voor een eenmalige uitkering die jaarlijks wordt vastgesteld op de algemene ledenvergadering. 



Artikel 12.
De in artikel 10 genoemde diensten komen slechts voor rekening van de vereniging, voor zover het bestuur of een door haar aangewezen gemachtigde hiervoor opdracht heeft gegeven, tenzij het bestuur anders beslist.
Eventuele provisies en/of kortingen komen ten goede aan   de vereniging.

 

Artikel 13.
Zij, die geen lid van de vereniging zijn kunnen tegen onderstaande kosten worden bediend:
a) tegen gemaakte kosten;
b) een door het bestuur te bepalen aandeel in de algemene kosten der vereniging;
c) een door het bestuur te bepalen vergoeding ten bate van de kas der vereniging.

 

Artikel 14.
Wijzigingen in dit reglement kunnen worden aangebracht op voorstel van het bestuur of op voorstel van minstens
vijfentwintig leden. Dit kan tijdens de algemene vergadering ter stemming worden gebracht met inachtneming van artikel 26 der statuten.



Artikel 15.
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.


Artikel 16.

Dit reglement treedt in werking op de dag na de vaststelling. Alle voorgaande reglementen komen hiermede te vervallen.

Opgemaakt d.d. 1 juni 2017 te Appingedam en vastgesteld op de algemene jaarvergadering d.d. 10 mei 2017 te Appingedam.